Op 21 mei vertrokken zo’n 35 vroege vogels stipt om 8 uur met een elektrische (!) bus richting de Hofstad. De eerste Vriendenexcursie van 2026 ging naar twee Haagse musea: het Kunstmuseum en het Mauritshuis. Na de oh zo welkome koffie met taart in café Gember – van het Fotomuseum – was er ruim een uur beschikbaar voor een bezoek aan het Kunstmuseum. Dat biedt gewoonlijk onderdak aan diverse tentoonstellingen tegelijkertijd die zeker alle een bezoek waard zijn. Vanwege het strakke tijdschema kozen veel Vrienden voor de expositie ‘London Calling’ met werk van iconen van de Britse schilderkunst, waaronder Francis Bacon, Lucian Freud, David Hockney en Paula Rego.



Voor het eerst in Nederland wordt in samenwerking met Tate een overzicht getoond van hoogtepunten van de naoorlogse Britse schilderkunst. Tate stelde hiervoor ongeveer 45 uitzonderlijke werken beschikbaar. De tentoonstelling met in totaal bijna 70 werken laat zien hoe sleutelfiguren van de naoorlogse Britse schilderkunst telkens de menselijke figuur – en daarmee de menselijke ervaring – verbeelden. Het menselijk lichaam vormt het centrale onderwerp van vrijwel alle schilders die in deze tentoonstelling zijn opgenomen. Ook wordt er buiten gebaande paden gekeken, bij voorbeeld door even eigenzinnige maar vaak onderbelichte kunstenaars te tonen zoals Denzil Forrester, Eva Frankfurther en Celia Paul. Met werk van 14 kunstenaars biedt de tentoonstelling een dwarsdoorsnede van de moderne Britse schilderkunst. Ook geeft London Calling een inkijk in parallelle bewegingen en kunstenaars die in dezelfde periode, op dezelfde plek, verf gebruikten om uitdrukking te geven aan de wereld om hen heen.



Oude bekenden
De term ‘School of London’ werd in 1976 gebruikt door de Amerikaanse Ronald B. Kitaj. Daarmee ontstond de omlijning voor een losse groep kunstenaars die elkaar kenden, in dezelfde galeries exposeerden, of samen het nachtleven van Soho verkenden. Terwijl abstractie de internationale kunstwereld begon te domineren, hielden Francis Bacon, Lucian Freud en Frank Auerbach vast aan het schilderen van de werkelijkheid. ‘Ouderwets’, zeggen sommigen. Maar het is het naoorlogse Londen – de stad waar talloze migranten naartoe trekken, en daarmee een kruispunt wordt van ideeën, tradities en talent uit Europa en daarbuiten – waar de figuratieve schilderkunst van nieuwe relevantie wordt voorzien. Geen stroming, geen manifest, maar een gedeelde toepassing van verf: doeken met lijven, blikken, binnenkamers – en tegelijk iets groters: de uitdrukking van een tijdsbeeld. De menselijke figuur wordt door deze schilders tot het uiterste gedreven: zij verbeelden een samenleving waarin zekerheden afbrokkelden en identiteit, gender en sociale verhoudingen opnieuw werden gedefinieerd.


Nieuwe iconen
Er zijn ook schilderijen te zien van Celia Paul, die lange tijd vooral bekend was als muze van Lucian Freud, evenals Eva Frankfurthers portretten van de arbeidersklasse waarvan zij zelf deel uitmaakte. Via het werk van Denzil Forrester krijg je een inkijk in de bruisende reggaeclubs- en cultuur van de jaren tachtig.
London Calling toont werk van Francis Bacon, Lucian Freud, David Hockney, Paula Rego, Michael Andrews, Frank Auerbach, Sandra Fisher, Denzil Forrester, Eva Frankfurther, R.B. Kitaj, Leon Kossoff, Celia Paul, Sylvia Sleigh, Lynette Yiadom-Boakye.

Mauritshuis
Voor een smakelijke en vooral ook gezellige lunch waren we te gast in de sfeervolle Brasserie Mauritshuis. In het Mauritshuis zelf bewonderden we vervolgens het daar getoonde werk: de vaste collectie op eigen gelegenheid en de tentoonstelling BIRDS – Curated by The Goldfinch & Simon Schama onder leiding van een gids.

In deze tentoonstelling staat de kijk van de mens op vogels centraal. Geen enkele diersoort heeft ons op het creatieve en spirituele vlak meer beziggehouden dan vogels. Ze duiken op in kunst, poëzie, religie en muziek, als godheden of als hemelse boodschappers. Onze fascinatie heeft alles te maken met het aan vogels voorbehouden vermogen om te vliegen. Birds is niet zozeer een conventionele tentoonstelling als wel een ‘vogelhuis vol kunst’ dat reikt van de Egyptische oudheid tot de catwalk van de hedendaagse mode. In verschillende thema’s vliegt BIRDS over de complexe, maar rijke relatie tussen vogel en mens. Hoewel de tentoonstelling slechts een enkele, niet overdreven grote zaal beslaat is er enorm veel te zien. Het is een kleurrijke presentatie van schilderijen, tekeningen, beelden, natuurhistorische objecten, audiovisuele installaties, mode en hedendaagse kunst. Gelukkig wees gids Laurien ons op alle objecten en daar kon ze ook boeiend over vertellen.




Puttertje
Vogels worden gezien als symbool van vrijheid, schoonheid, liefde en spiritualiteit, maar ook als huisdier, voedsel en jachttrofee. De tentoonstelling onderzoekt deze contrasterende visies en weerspiegelt aan de hand van onze relatie met vogels hoe we ons tot de natuur verhouden.
Het welbekende schilderij Het puttertje van Carel Fabritius uit 1654 is één van de meest geliefde schilderijen van het Mauritshuis. Vanuit dit iconische werk verkent het museum, samen met gastconservator en gelauwerde Britse (kunst)historicus Simon Schama (1945), hoe vogels in de kunst en cultuur symbool zijn geworden voor uiteenlopende menselijke gevoelens en overtuigingen. De samenwerking met het Mauritshuis kwam tot stand naar aanleiding van Schama’s boek In gezonde staat: hoe pandemieën en vaccins de geschiedenis hebben bepaald (2023), waarin hij beschrijft hoe de verhouding tussen mens en dier is ontspoord.
Hemelse boodschappers
Sinds mensenheugenis spelen vogels of gevleugelde schepsels de rol van bemiddelaar tussen hemel en aarde. In de Egyptische oudheid begeleidde de Ba – een mensenhoofd met een vogellichaam – de geest van een overledene naar de zon en dan weer terug naar zijn stoffelijk overschot.
Op een schilderij van Rubens wordt Maria na haar dood op weg naar de hemel omringd door vele gevleugelde kinderen, cherubijnen genoemd. En een vredesduif siert een beroemd affiche van Pablo Picasso uit 1949 (La colombe). Sinds bijbelse tijden is de duif een symbolisch dier: de vogel keert met een olijftak terug naar de Ark van Noach ten teken dat de zondvloed voorbij is.
Afgunst
Eeuwenlang worden vogels door mensen benijd omdat ze iets kunnen waartoe wij mensen niet in staat zijn: vliegen. Van de talloze afbeeldingen van Icarus die te dicht bij de zon vliegt en daarvoor een prijs betaalt (hij stort naar beneden), is Hendrick Goltzius’ vrije val misschien wel de meest verbluffende (Icarus, 1588). Henri Matisse (1869 … 1954) gaf een eigen interpretatie van het verhaal van Icarus. Hij werkte aan deze prent tijdens de Tweede Wereldoorlog en plaatste de vallende figuur tussen exploderende bommen.


Het bestuderen van de vogelvlucht was voor Leonardo da Vinci (1452 … 1519) een opstap om te bedenken hoe de mens zou kunnen vliegen. In Birds zijn twee originele documenten van zijn hand te zien, geleend uit de Britse Royal Collection: notities over de vogelvlucht (1511 … 1513) en een tekening van een vogelvleugel (ca. 1512).
Verliefd en verleid
Het werkwoord ‘vogelen’ was in de 17de eeuw synoniem voor seks. Maar de associatie van vogels met liefde en seks is nog ouder dan de weg naar Rome. Zo is er Ovidius’ verhaal over de verleiding van Leda, koningin van Sparta, door de Griekse god Zeus, vermomd als een zwaan. Arie de Vois portretteerde zichzelf charmant met een pas geschoten patrijs. Die stond in die tijd symbool voor seks. Als je dat weet krijgt zijn openhangende hemd en recht opstaande jachtgeweer een heel andere betekenis voor de kijker.

Uit de Bodleian Library in Oxford komt het bijzondere middeleeuwse manuscript met één van de oudste zinnen in de Nederlandse taal, bekend bij alle schoolkinderen omdat hij deel uitmaakt van de Canon van Nederland: ‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu’ (Alle vogels zijn begonnen nesten te bouwen, behalve jij en ik, waar wachten we op? ca. 1000 … 1050)
Pluimage
In alle wereldculturen hebben mensen zich altijd getooid met veren – hoe kleurrijker hoe beter – om waardigheid aan te geven, schoonheid te benadrukken of om aan vogels toegedichte heilige eigenschappen over te nemen. Birds toont een verenkostuum uit Angola, hoofdtooien uit Noord- en Zuid-Amerika, naast een Nederlandse ambassadeurshoed en Duitse en Franse waaiers in spectaculaire kleuren.
Er was ook een schaduwzijde: de wereldwijde vogelpopulatie werd gedecimeerd. De razend populaire mode om veren of zelfs hele opgezette vogels op hoeden te dragen leidde in 1891 tot de oprichting van de ‘Bond ter bestrijding eener Gruwelmode’, de voorloper van de huidige Vogelbescherming. In de jurk van Iris van Herpen uit 2021 zitten geen echte veren, maar laagjes organza die het effect van een sierlijke vleugelslag teweeg brengen. Overigens heeft gids Laurien enige twijfel of de inspiratie hier een vogel is; het zo ook heel goed een sprinkhaan kunnen zijn.

Gebroken vlucht
Het jagen óp en mét vogels was een privilege van de adel of de rijken. Schilderijen met een jachtbuit waren in de 17de eeuw zeer populair voor aan de muur. De 17e-eeuwse Nederlandse schilders Jan Weenix en Jan Baptist Weenix schilderden spectaculaire jachtstukken met decoratief uitgestalde dode vogels, zonder enig spoor van bloed. Bij Rembrandt echter, stroomt het bloed van twee neergeschoten pauwen rijkelijk over een stenen richel.
Toen een huismus in 2005 World Domino Day in Leeuwarden dreigde te verstoren nadat zij al 23 000 dominosteentjes had laten omvallen, werd de vogel door een scherpschutter doodgeschoten. Een wereldwijde rel was het gevolg.

Constantin Brancusi was zijn leven lang op zoek naar een vorm die de essentie van vliegen in zich droeg. In L’oiseau dans l’espace is een opwaartse beweging te zien waardoor de gepolijste sculptuur zich lijkt los te maken van de basis.
Bij de tentoonstelling verschijnt de publicatie BIRDS, Art and Us, door Simon Schama & Martine Gosselink (red.) in het Nederlands en Engels ISBN 978 94 9341 652 9 (NL) – ISBN 978 94 9341 651 2 (Eng)

Voldaan en onder de indruk van beide tentoonstelling reisden de Vrienden terug naar het Gelderse Haagje, mooi op tijd om in Arnhem een afsluitend ‘restaurantje te pikken’. Opnieuw met dank aan de organisatoren Ineke Klinge en Karin van Vucht.




