Met Vrienden naar Eindhoven en Oss

  • Door VVMA
  • 30 september 2026
  • 0
  • 179 Views

Op donderdag 24 september bezochten 32 Vrienden  twee Brabantse musea: het Van Abbemuseum in Eindhoven en Museum Jan Cunen in Oss. Ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan in 2026 presenteert het Van Abbemuseum een collectiepresentatie die een frisse kijk biedt op ‘tijd’ en die de collectie in een ander licht zet. De presentatie gaat over tijd en de verhalen die kunst kan vertellen. De tentoonstelling wijkt af van het idee van kunstgeschiedenis als een lange tijdlijn: in plaats van tijd te meten in één rechte lijn, kijkt het museum naar de verbanden die kunstwerken met elkaar kunnen vormen, over verschillende tijden heen.

‘Collectie als Kosmos’begint en eindigt in de sterrenhemel, met kunstwerken als sterren. Tijdens je reis door de tentoonstelling begin je met een kunstwerk dat verwijst naar het sterrenbeeld Andromeda en eindig je in een werk over het sterrenbeeld Plejaden. Marjon de Groot en Diewke van de Heuvel, twee ter zake kundige rondleiders, reisden met de Vrienden langs delen van deze kosmos.

In het hart van de tentoonstelling bevindt zich een 24 meter lange ketting van metallic bellen, Sonic Celestial Rope. Elke dag om 12.00 uur Eindhovense tijd (voor ons Arnhemmers was dat 13.30 uur) rinkelen de bellen en herinneren ze ons eraan dat de kosmos ons omringt, zowel boven als onder ons.

Het Van Abbe Museum biedt ook plek aan ideeën van bewoners, makers en lokale initiatieven in de regio Eindhoven. Hier is plaats voor kunst, ontwerp en verhalen die de gemeenschap zelf ontwikkelt. De tentoonstellingen en presentaties die je hier vindt, sluiten aan bij wat er leeft in Eindhoven. In plaats van jaren vooruit te plannen geeft het museum ruimte aan actuele vragen, behoeften en ontwikkelingen.  

Een van die initiatieven isStudio Woensel West, een plek waar jonge kunstenaars kunnen experimenteren, ontdekken en creëren. Tien jonge makers onderzochten wat tijd voor hen betekent. Vanuit persoonlijke herinneringen en verhalen kozen zij voorwerpen die voor heen een bijzondere betekenis hebben. Die voorwerpen vormden het begin van nieuw werk.

Paren, koppels, dubbelgangers: in een van de zalen gaat het om  het idee van spiegeling door tijd en ruimte heen. Kunstwerken uit verschillende periodes en momenten in de geschiedenis van het museum weerspiegelen elkaar. Bij binnenkomst zie je eerst het spiegelbeeld van Chagall’s Hommage à Apollinaire nog voordat je het echte schilderij ziet. Dat schilderij zelf toont zelf ook een verdubbeling: twee lichamen verenigd, vaak gezien als Adam en Eva. Ook andere kunstwerken in deze zaal spelen met ideeën van verdubbeling. De werken gaan over relaties: tussen kunstenaar en kijker en tussen mensen en dingen in het algemeen. De spiegel midden in de zaal benadrukt dat patroon en nodigt je uit om ook eens naar jezelf te kijken.

Kunstenaar Robert Morris noemde zijn werken zelf door hun eenvoud  ‘relatief oninteressant’. Juist daardoor verschuift je aandacht naar de directe lichamelijke ervaring van het object en de ruimte. In plaats van naar een verborgen betekenis te zoeken, kijk je naar de vorm en wat er omheen gebeurt. Morris werkt met eenvoudige geometrische vormen en industriële materialen. In H-Shapes zie je negen aluminium elementen van gelijke grootte, die steeds anders kunnen worden opgesteld. Juist in die herhaling en variatie ontstaat ruimte om te blijven kijken en om je eigen beweging te ontdekken.

Rijen schoolbanken hangen ondersteboven aan het plafond. Een wirwar van loden buizen slingert er tussendoor. Door de buizen stroomt zwarte inkt, die in trechters wordt opgevangen en dan weer omhoog wordt gepompt. De installatie wekt de indruk van een levend organisme.  Het gaat hier om thema’s als leren en ongehoorzaamheid. Als kind zat kunstenaar Rebecca Horn op kostschool. Ze herinnert zich de strenge regels en strikte discipline. Tijdens een presentatie op de basisschool plaste ze zelfs voor de klas in haar broek. Die ervaring vormde een belangrijk uitgangspunt voor de installatie The Moon, The Child and the River of Anarchy uit 1992.

Zeep

Het middagprogramma vond plaats in het Museum Jan Cunen in Oss. Het is gevestigd in een monumentale villa, met een rijke geschiedenis. Tot de bewoners behoorden de families Jurgens en Van den Bergh, aanvankelijk margarinefabrikanten die economische kansen zagen in de productie van zeep. Zij begonnen als concurrenten, maar uiteindelijk besloten de ondernemingen om samen te gaan onder de naam Van de Bergh & Jurgens. Via de Margarine Unie en later Unilever groeit de Osse zeepindustrie uit tot een speler van wereldformaat.

Conservator Merel van den Niieuwenhof vertelt enthousiast over het museum en de tentoonstelling

Voldoende aanleiding dus om een tentoonstelling in te richten over Zeep. Al in de zeventiende eeuw verbeeldt de zeepbel de onafhankelijkheid van het menselijk bestaan: een glanzend oppervlak dat letterlijk uiteen kan spatten. Wassen raakt aan vragen over schuld en onschuld, zorg en vergeving.In veel culturen is wassen een belangrijk onderdeel van religieuze en sociale rituelen, van doop tot badhuisbezoek. Nog recent, tijdens de coronapandemie, werd handen wassen een daad van solidariteit: wat vanzelfsprekend leek, bleek van levensbelang.  

In de tentoonstelling Zeep reflecteren dertig hedendaagse kunstenaars op de uiteenlopende betekenissen van zeep. In de betoverende bubbels van Anya Janssen en Martens % Visser krijgt het alledaagse iets magisch. In een intieme video van Mario Sergio Alvarez wordt wassen een kwetsbaar, persoonlijk gebaar.

Centraal in de tentoonstelling is de zeepcollectie te zien van Elvera Geurts uit Valkenswaard. Elvera heeft meer dan 30 000 zeepjes in huis en een klein deel van deze verzameling ‘logeert’ nu in Museum Jan Cunen. Met historische stukken, verbonden aan de Osse zeepgeschiedenis en een heleboel andere geurige parels.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *