Met Vrienden naar rust, stilte en kleur

  • Door VVMA
  • 23 augustus 2023
  • 0
  • 424 Views

Buitenplaats Doornburgh en Singer Laren: dat waren de reisbestemmingen van de Vriendenexcursie op 16 augustus. Klokslag kwart over negen vertrok de bus uit Velp en een goed uur later zaten de Vrienden al aan de koffie in Maarssen.

Starten met koffie

Buitenplaats Doornburgh

Aan de rand van Maarssen is buitenplaats Doornburgh aan de Vecht  een plek van rust en stilte. De geschiedenis van de buitenplaats begint in 1623, als de Amsterdamse koopman Jan Claesz. Vlooswijck het stuk grond kocht waarop Doornburgh zou worden gebouwd. In die tijd wilden gefortuneerde Amsterdamse families de drukte en de stank van de stad ontvluchten.  Ze lieten  hun ‘tweede huis’ bouwen langs de landelijke Vecht, voor de natuur en ontspanning. Projectontwikkelaar Johan Huydecoper liet in 1637 drie buitenplaatsen bouwen, alle op het terrein van het huidige Doornburgh. Na een lange periode van wisselend eigenaarschap kwam Doornburgh in 1772 in handen van de familie Huydecoper en dat bleef het geval tot 1912.

Priorij Emmaus

In 1957 werd het landgoed betrokken door de Reguliere Kanunnikessen van het Heilige Graf. Deze nomadische orde is gesticht na de verovering van Jeruzalem in 1114. De zusters stonden bekend om hun open houding naar geïnteresseerden die, mits de leefregels respecterend, welkom waren om tijdelijk deel uit te maken van de gemeenschap. Zo zijn – in de geest van de zusters – momenteel in het landhuis Oekraïense vluchtelingen gehuisvest.

De zusters lieten in 1964 een imposant kloostercomplex bouwen door architect Jan de Jongh, leerling van priester/architect Dom Hans van der Laan van de Bossche School. De architectuur van de speciaal voor de zusters ontworpen priorij is strak en sober en oogt nog steeds modern, hoewel het complex al bijna zestig jaar oud is – de bouw werd voltooid in 1966.

In 2017 verlieten de laatste zusters de buitenplaats en kwam Doornburgh in handen van Meyer Bergman Erfgoed Groep. Onder andere het landhuis,de priorij,  het park, de toegangshekken en de ijskelder zijn erkend als rijksmonument.

Bossche School en plastisch getal

De Bossche School is een traditionalistische stroming in de Nederlandse architectuur, gebaseerd op het gedachtegoed van dom Hans van der Laan, waarbij ruimtewerking en evenwichtige maatverhoudingen een belangrijke rol spelen. Alhoewel het hoogtepunt van deze stijl in de jaren ’60 en ’70 lag, worden er ook nu nog gebouwen ontworpen die in meer of mindere mate zijn geïnspireerd door de Bossche School-architectuur.

Het belangrijkste kenmerk van de Bossche School is de toepassing van een strikt verhoudingensysteem, uitgaand van het zogeheten plastische getal, een complexe proportie gebaseerd op onze driedimensionale – vandaar ‘plastische’ – perceptie van de wereld om ons heen. Een ander belangrijk concept in de theorie is de ‘cella’ of kamer, de kleinste ruimte binnen een gebouw, die ontstaat tussen vier wanden die ‘in elkaars nabijheid staan’. De grootte van de cella dient direct gerelateerd te zijn aan de muurdikte, en vormt op zijn beurt de basis voor het gehele ontwerp. Vaak wordt de regel aangehouden dat de grootste lengte of breedte van de cella maximaal zeven keer de muurdikte mag bedragen.

Architectuurhistoricus en kunstenaar Agnes Kooijman vertelt over de Bossche School en het Plastische Getal.

Kunst en wetenschap

Stichting Buitenplaats Doornburgh organiseert nu een programma op het snijvlak van kunst en wetenschap, met onder andere residenties, tentoonstellingen, workshops en lezingen.  De refter en binnenplaats zijn het toneel van restaurant DeZusters, waar gezamenlijk eten en ‘voedsel voor de geest’ centraal staan. Het restaurant  werkt toe naar een circulaire keuken, waarbij de buitenplaats zal worden ingezet voor de eigen voedselvoorziening, met onder meer een moestuin.

Het park is openbaar toegankelijk voor omwonenden, wandelaars en overige geïnteresseerden.

Hoofdrol voor kleur

De tweede excursiebestemming was Singer Laren, waar een particuliere kunstverzameling is te zien waarin kleur en licht de hoofdrol spelen. In Liefde voor kleur wordt je ondergedompeld in de belevingswereld van het moderne leven, gezien door de ogen van veertig Nederlandse en Belgische kunstenaars aan het begin van de 20ste eeuw. Met onder meer werk van Piet Mondriaan, Jan Sluijters, Kees van Dongen, Otto van Rees, Leo Gestel, Jo Koster, Willem Paerels en Léon De Smet.

Singer Laren heeft ook een fraaie beeldentuin

Zo’n 150 jaar geleden begonnen Franse kunstenaars zich te bevrijden van de plicht om de zichtbare werkelijkheid zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven. Ze vertikten het om nog langer kunst te maken die voldeed aan de opgelegde normen van de academies. Ze keerden de officiële Salon de rug toe, groepeerden zich in kunstenaarsverenigingen en richtten eigen tentoonstellingen in, waar ze hun nieuwe kunst voor het voetlicht brachten. Daarin vervormden en verkleurden zij naar hartenlust wat zij waarnamen en lieten hun individuele gevoel en stemming voor zich spreken.

Revolutionair

De kunstverzameling die Singer Laren laat zien, wordt gekenmerkt door een groot gevoel en uitstekend oog voor dit destijds revolutionaire kleurgebruik. In hun keuze hebben de verzamelaars zich gericht op Nederlandse en Belgische kunstenaars van rond 1900, die de Franse vernieuwingen op de voet volgden en deze op eigen wijze inkleurden.

Bezield landschap

De impressionisten richtten zich vooral op het weergeven van het licht op specifieke momenten van de dag, waarna de volgende generatie zich vooral onderscheidde door het vrije en expressieve kleurgebruik. Deze modernisten gingen de kleuren van het zonlicht  ̶  rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet  ̶  toepassen in een puurheid zoals wij die in de natuur slechts zelden kunnen ervaren. Zo behoort Zonsopgang van Jan Sluijters tot een van de absolute hoogtepunten van de zogenoemde Amsterdamse luministen. In het ochtendgloren heeft Sluijters zijn sensatie van het landschap uitgedrukt in een fel kleurenpalet van losse toetsen die als confetti zijn rondgestrooid.

Stralend bewijs

Tegelijkertijd was er ook in België sprake van een vorm van luminisme. De in Nederland geboren autodidact Willem Paerels bracht het grootste deel van zijn leven door in België en wordt gerekend tot de Brusselse coloristen. Interieur is een prachtig voorbeeld van zijn fauvistisch aandoende oeuvre.

Bekijk ook de video waarin Jan Rudolph de Lorm, museeumdirecteur van Singer Laren, vertelt over de tentoonstelling ‘Liefde voor kleur’

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *