Bijna tien jaar lang schilderde Wim Schuhmacher geen stillevens en richtte hij zich uitsluitend op landschappen en portretten. Maar vanaf 1929 vormen stillevens weer een belangrijk onderdeel van zijn oeuvre. Deze stillevens hebben vaak ook een diepere betekenis, zoals dit exemplaar. Mogelijk geïnspireerd door zijn toenmalige vriend en collega Raoul Hynckes, een stilleven-specialist, ging ook Schuhmacher stillevens schilderen in de zeventiende-eeuwse traditie van jacht- en vanitasstillevens. Dit werk wijkt daarin af door de ingetogenheid. Door alleen de afgesneden koppen van reeën weer te geven legt Schuhmacher de nadruk op het tragische lot van de dieren, en niet op hoe smakelijk ze kunnen zijn. O
ver de lijnen in de compositie is goed nagedacht. De oren van de bovenste reekop lopen evenwijdig aan de randen van de tafel, de oren van de onderste reekop met die van de gedrapeerde doek. De gebogen tak benadrukt de vorm van de ronde plaat die alles tezamen houdt. De plaatsing van de lichtbruine reekop op een geplooide witte doek roept associaties op met de lijkwade van Christus in voorstellingen van de kruisafname.
In de jaren ’30 was Schuhmacher een succesvol kunstenaar. Hij exposeerde regelmatig bij Kunstzaal van Lier aan het Rokin in Amsterdam en had een aantal trouwe verzamelaars, onder wie M.A.G. van der Leeuw, de directeur van de Van Nelle Fabriek, en Rients Dijkstra, uitgever van De Groene Amsterdammer.
Wim Schuhmacher (Amsterdam 1894 – 1986)
Stilleven met reekoppen, 1933
olieverf op doek, 74 × 83 cm




