Begin jaren ’30 verandert de stijl van Raoul Hynckes van gestileerd kubisme naar een meer natuurgetrouwe, gedetailleerde weergave. Hij ontwikkelt met zijn vele stillevens een geheel eigen, magisch realistische signatuur door het veelvuldig schilderen van motieven die verwijzen naar de sterfelijkheid, zoals dode dieren, schedels en dorre takken. In de zeventiende eeuw werden zulke motieven gebruikt als vanitas, als verwijzing naar de vergankelijkheid.
Het ‘Stilleven met dode duiven’ focust zich op het hoofdonderwerp, de dode duiven, wier zachte verenkleed gepositioneerd is op het harde, egaal geschilderde tafelblad. Het herfstblad, het touw, de kan en een briefje waarvan de tekst is gestileerd tot strepen, vormen de aankleding van dit hoofdmotief. Het gedrapeerde gordijn op de achtergrond geeft een dramatisch effect, en trekt de aandacht naar de bewolkte lucht erachter. In dit werk zien we nog iets terug van de overgang van kubisme naar realisme in het oeuvre van Hynckes. Het tafelblad bijvoorbeeld is van boven te zien, de karaf is meer van opzij weergegeven. Het grote verschil met zijn eerdere werk is echter dat de duiven op dit doek met grote precisie zijn weergegeven, alsof ze net overleden zijn. Dit is een van de eerste werken van Hynckes waarin onmiskenbaar de dood centraal staat. Dit thema zal hem tot ver na de Tweede Wereldoorlog bezighouden.
Op 28 november 1961 kochten de Vrienden dit schilderij op de veiling van Paul Brandt in Amsterdam voor 1140 gulden. Er was 5500 gulden voor opzij gelegd, dus het was een koopje. Op 19 februari 1962 besloot de Raad van de Gemeente het geschenk te aanvaarden, hetgeen op 28 februari 1962 door Gedeputeerde Staten van Gelderland werd bekrachtigd.
Raoul Hynckes (Brussel 1893 – Laren 1973)
Stilleven met dode duiven, 1932
olieverf op doek, 53 × 56 cm




