Joop Moesman was opgeleid tot graficus en werkte zijn leven lang als lithograaf bij de Nederlandse Spoorwegen. Als schilder was hij autodidact. Moesman heeft slechts vijfendertig schilderijen gemaakt. In zijn erotisch getinte onderwerpen vond hij eerder aansluiting bij het Franse surrealisme dan bij het Nederlandse magisch realisme, dat minder literair is. De schrijver Eduard Du Perron veroordeelde het surrealisme als ‘een vacantiekolonie van vroegrijpe jongetjes’.
‘Alleen voor Kinderen’ toont een stilstaand kermisdier, een varken als variant op het hobbelpaard. Het varken wordt ook wel gezien als symbool van geilheid, van dierlijke driften. Op de rug lezen we: alleen voor kinderen. Een boom lijkt door een blikseminslag getroffen, een broekriem ligt vergeten over een stoel. De afwezigheid van mensen en de objecten die verloren in de ruimte staan roepen een surreële sfeer op. De suggestie van verlaten ruimtes en grote vlaktes ontleende Moesman aan het surrealisme van de Italiaanse schilder De Chirico en de Spanjaard Dali.
In Nederland ontstond pas laat, in de jaren tachtig, in wat ruimere kring waardering voor zijn werk. In de jaren dertig werden zijn schilderijen om hun onzedelijke voorstellingen tot twee maal toe van een tentoonstelling verwijderd en waren ook de critici ervan overtuigd dat zijn werk pervers en onsmakelijk was. Dat het opperhoofd van alle surrealisten, de Franse dichter Andre Breton, eens een lovend zinnetje aan het werk van Moesman wijdde heeft hem zijn hele leven gesterkt in zijn overtuiging dat hij moest maken wat hij maakte.
‘Alleen voor kinderen’ werd in 1969 voor 5000 gulden gekocht bij Kunstzaal De Reiger in Utrecht.
Joop Moesman (Utrecht 1909 – Houten 1988)
Alleen voor kinderen, 1953
olieverf, doek, hout, 67 × 82 cm




