Het succes van de Museumkaart zette in 2025 onverminderd door. Het aantal kaarthouders groeide naar 1 540 188 op 31 december, het hoogste aantal ooit. In 2025 kwam de digitale Museumkaart beschikbaar en nu is de kaart er ook als mobiele app. Inmiddels zijn er al 500 000 digitale Museumkaarten, ongeveer 33% van het totaal.
Vera Carasso, directeur Museumvereniging en Stichting Museumkaart, zegt: “Deze ontwikkeling maakt de kaart nóg gebruiksvriendelijker en verlaagt de drempel voor museumbezoek verder. Je telefoon heb je immers altijd bij je.”
De groei van het aantal Museumkaarten eind 2025 is een stijging van 3,2 procent ten opzichte van eind 2024. Ook het museumbezoek bereikte een nieuw record. Kaarthouders brachten in 2025 samen meer dan 9 700 00 bezoeken aan deelnemende musea. In 2024 was dat ruim 9,5 miljoen en in 2023 ruim 9,4 miljoen. Een Museumkaarthouder bezocht gemiddeld 6,46 keer per jaar een museum.
Meer inkomsten
Uit onderzoek dat in opdracht van de Museumvereniging is uitgevoerd, blijkt dat kaarthouders dankzij de kaart bijna drie keer zo vaak een museum bezoeken als zonder Museumkaart.
Daarnaast zorgen Museumkaarthouders voor extra bestedingen in musea, horeca en de museumwinkel. Bovendien nemen kaarthouders regelmatig niet‑kaarthouders mee, wat jaarlijks goed is voor circa zevenhonderdduizend extra bezoeken.
Motor
De positieve effecten van de Museumkaart gelden voor alle typen musea: groot en klein, door het hele land en voor alle soorten collecties. Musea buiten de grote steden profiteren relatief sterk, daar is een aanzienlijk deel van het bezoek afkomstig van Museumkaarthouders en vormt de kaart een nóg belangrijker deel van de inkomsten.
Ook onder jongvolwassenen (19 … 35 jaar) is de kaart populair en de impact groot. In deze groep ligt de zogenoemde meerbezoekfactor met circa 3,5 aanzienlijk hoger dan gemiddeld.




