
De tachtigste verjaardag van de Vriendenvereniging is niet alleen aanleiding om vooruit te blikken op de toekomst, maar ook om af en toe herinneringen op te halen. Hoe kan dat beter dan met iemand die bij het zestigjarig bestaan voorzitter was? En die nog een levendige herinnering heeft aan zijn periode als Vriend. Hij is nu een van de oudste leden: oud- voorzitter Benno Steenaert, geboren op 5 december 1931. Vòòr zijn pensioen in 1997 was hij orthopedisch chirurg met als specialisatie ‘de wervelkolom’ maar hij had tevens de kunstacademie doorlopen. VVMA-lid Peter Arnold en penningmeester Han den Boer zochten hem op en lieten hem uitvoerig aan het woord.
Fayence
In 1995 begon Benno met het verzamelen van een volledige collectie van de Arnhemsche Fayencefabriek (1907 tot 1934 aan de Amsterdamseweg, waar nu de Jumbo is). Niet alleen bleek hij een hartstochtelijk verzamelaar, maar hij is zeker ook bekend om de wetenschappelijke wijze waarop hij zijn collectie heeft ontsloten en beschreven. (Vormen uit Vuur, 1997/2-3, 161/162). Die collectie omvat meer dan tweeduizend stuks zeer waardevol plateel.

Benno Steenaert was voorzitter van de Vriendenvereniging van 1998 tot 2006. “Ik ging met pensioen in 1997 en was dus helemaal vrij. Het museum heette toen nog Gemeentemuseum. Ik had al veel contact met hen over Arnhemsche Fayence. Wat je hier in huis allemaal ziet staan, dat is gemaakt in de Arnhemsche Fayencefabriek. Op de Amsterdamseweg stond een grote aardewerkfabriek, waar ze prachtig aardewerk maakten. Want je moet weten, het is allemaal met de hand geschilderd. Ja, ongelooflijk. Heel veel in de Jugendstil-tijd ook, hè? Stijl, toch? Art Nouveau.
“Ik had een complete verzameling van alle modellen die waren ontworpen door Klaas Vet – een van de oprichters van de fabriek in 1907. En van alle decors, ontworpen door, eh… Willem Hartsching. Ja, alles komt wat langzamer naar boven bij mij. Het is wel opgeborgen in mijn witte hersenen, maar het duurt even voordat het bij de grijze komt.”
Boek
“Ik schreef in 1997 een boekje in de reeks ‘Vormen uit vuur’, tevens een catalogus van de fabriek. Terwijl ik nog maar net drie jaar aan het verzamelen was. Toen mijn collectie compleet was, vond ik dat hij ook compleet moest blijven. Nou, dat lukt alleen maar als je het onder die voorwaarden aan een museum schenkt. Musea zijn niet zo happig op zulke schenkingen. Of het moet al heel bijzonder zijn. Oké. Nou, dit was redelijk bijzonder. Maar het ging om 2000 objecten, compleet in vormgeving en compleet in decoratie. Ik kon het schenken aan de Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Die zat toen nog in Den Haag en is later verhuisd naar Amersfoort, waar het grootste depot van Nederland staat. Het is zeker de moeite waard voor de Vrienden om daar eens te gaan kijken. Dat kan alleen maar op afspraak. Rijksdienst Cultureel Erfgoed, RCE, een leuk idee om te doen!”
“In 2017 was een tentoonstelling over de Arnhemsche Fayencefabriek gepland, met als titel Van Art Nouveau tot Art Deco. Saskia Bak was toen al directeur. Zij kwam uit het keramiekmuseum in Leeuwarden, dus ze had al een feeling voor keramiek. En ze heeft er toen voor gezorgd dat die expositie in de koepel er kwam. Daar stond dan de verzamelding die ik aan de RCE had geschonken.”

Excursies
“Wat ik bij de Vrienden het meest kon waarderen, waren de reizen en de excursies en zo. Dat trok ook nieuwe Vrienden. Daarvoor was er een reiscommissie, maar er was ook een commissie voor voordrachten en dergelijke. In 2005 zijn we met de hele club naar Londen geweest. En ook een keer naar Parijs, ja, dat trok veel nieuwe leden.”
“Het museum had vroeger tien exposities per jaar. Nu zijn het er vijftig, maar ze maken veel kleine exposities. En ze zijn natuurlijk heel lang dicht geweest met de verbouwing. Ja, ja, ja. Bijna vijf jaar. Mijn Fayence-expositie was de grootste laatste expositie. Er was daarna nog een kleine expositie van Pierre Jansen. Die is directeur geweest. En die was heel bekend in Nederland.”
“Maar Saskia, ik volg het natuurlijk wel. Vorig jaar was er een hele mooie tentoonstelling van Jan Mankes. Dat is heel goed geweest, samen met Museum Heerenveen. Nou, die is echt heel goed bezocht. Heel goed. Daar tegen die deur zie je nog tien geëtste gravures. Originelen, ondertekend door Jan Mankes.”
Het jaar ervoor was er die tentoonstelling over kunst in het Derde Rijk. Eigenlijk hadden ze verwacht dat er niet zoveel bezoekers zouden komen. Maar daar kwam juist heel veel publiek op af. Dus twee jaar achter elkaar hebben ze gigantisch veel bezoekers gehad.
Naakt
Nu is er een expositie over naakt in de kunst. Er zijn veel mensen die zeggen, oh, daar komt niemand naar toe. Nou, juist wel. Daar komen juist heel veel mensen op af. Ik heb het met Saskia erover gehad. Eigenlijk was ze een beetje bang voor de reacties, want de wereld is best wel veranderd, preutser geworden. Ik ging met mijn gezin met vijf zonen altijd naar het strand in Zeeland, naar de Brouwersdam. Die heb ik zien bouwen. Wij hadden er een huisje, dat was een paar honderd jaar oud. Maar goed… wat wilde ik alweer zeggen? Over het naaktstrand. O ja. Op het strand lagen alle vrouwen topless, dat was heel normaal. Tja, de tijden veranderen.”
“Toen ik voorzitter werd, was er totaal geen contact met de directie van het museum. Ik heb toen tegen Max Meijer, de toenmalige directeur, gezegd dat we alleen maar Vrienden zijn als een van de conservatoren onze bestuursvergaderingen gaat bijwonen. Dat was een slimme zet. Max Meijer was een zeer bekende Amsterdamse kunstkenner. En die werd directeur van het museum, maar dat lag hem helemaal niet: van de vijf jaar dat hij bij het museum was, is hij drie jaar overspannen geweest. Daarna kwam Liesbeth Brandt-Corstius, een echte feminist. Zij was hoofdredacteur van Opzij. Met haar kon ik wel contact krijgen. We hebben als Vrienden actie ondernomen door vrijwilligers ter beschikking te stellen. Een stuk of vijftien of twintig mensen, leden. Die hoefden niet te worden betaald en zij vonden dat nog leuk om te doen ook.”
Pincet en Penseel
Benno is zelf ook altijd actief geweest als beeldend kunstenaars, in diverse disciplines. “Ik ben 25 jaar lid geweest van Pincet en Penseel, van de KNMG. Dat is een gezelschap van ongeveer 70 artsen die beeldende kunst beoefenen. Zij hebben jaarlijks een aantal bijeenkomsten. Maar ik rijd geen auto meer. Ik kan niet goed meer lopen en ik ben snel moe. Ja, wat wil je als je 94 bent. Zij hebben onder andere elk jaar in hun ziekenhuis een grote expositie van hun werk. Ik ben gewoon beeldend bezig geweest, driedimensionaal. Daar buiten staan bronzenbeelden die heb ik zelf gegoten, in Nijmegen. Die gieterij gis volgens mij nu dicht hè, dat was aan de kade daar. Dat was erg gevaarlijk. Die middelpartij met die voeten, die heb ik gegoten.”


Gesplitst
“Het museum… Vroeger was dat een… oudemannengemeenschap. Ja, sociëteit. Naast het Joodse Kerkhof. En daar heeft ook een pottenbakkerij gestaan. Het historisch museum Arnhem zit nu in Rozet, hè?”
In 1996 werd de kunstcollectie van het museum gesplitst op voorstel van Liesbeth Brandt Corstius. Het museum aan de Utrechtseweg behield de kunst van na 1900 en er kwam ruimte voor uitbreiding hiervan. Het museum heette sindsdien Museum voor Moderne Kunst Arnhem. De kunst van vóór 1900 werd ondergebracht in het tot museum verbouwde achttiende-eeuwse pand aan de Bovenbeekstraat in Arnhem. Dit voormalig Burgerweeshuis werd voor een symbolisch bedrag van 1 gulden door de gemeente verkocht aan de Vereniging Hendrick de Keyser die het pand voor 2 miljoen gulden restaureerde. Het Historisch Museum Arnhem werd daar gehuisvest. Benno: “Ik was toen voorzitter en ik moest optreden op de gemeenteraadsvergadering om een goed woordje te doen voor dat plan.”

Toen in 2004 de gemeente als bezuinigingsmaatregel voorstelde dit museum op te heffen, heeft Benno, mede met steun van de AAA-club (Arnhem Arts Ambassadors), met succes de voorgenomen sluiting weten te voorkomen.
Eerder, in 1999, had Benno al met onder anderen P.A. Wijn, destijds bestuursvoorzitter van de Stichting ter Bevordering van de Belangen van het Gemeentemuseum Arnhem, de door de wethouder van cultuur voorgestelde opheffing van het Museum voor Moderne Kunst Arnhem weten tegen te houden.
Benno: “Ik volg het allemaal nog wel, maar de tijden veranderen. De golfbeweging…”





